Biodiversiteits jaar 2010 - internationaal jaar van de biodiversiteit
De Bij ambassadeur voor biodiversiteitsjaar 2010 - en- sociaal groen? ---Studiedagen Nederlandse Bijenhoudersvereniging

Stad en platteland dragers van de biodiversiteit en werkgebied van het internationaal jaar van de biodiversiteit
Lees meer

Centrale vraag in het internationaal jaar van de biodiversiteit op deze website
Wat kunnen we doen om de biodiversiteit te verbeteren?

Burgerinitiatieven - Tuinen - Openbaar groen - Bedrijventerrein. - Parken - Begraafplaatsen - Prairie beplanting - Spoorwegen - Platteland

50 aandachtssoorten voor bijen ----

Kattenstaartbij als stadsbij in Veenendaal -------Doe mee met het jaar van de biodiversiteit-
Column vakblad Groen ------ Aktiviteiten ---- Berichten --- Colofon
Bij het klikken op onderstaande links wordt deze pagina afgesloten
Zoek onderwerp, plant, bijenkalender of Link
Ga voor volledige bijenplantenkalender inclusief voor kleine tuinen naar:-- www.drachtplanten.nl

www.bijenhelpdesk.nl ------- Plantenvademecum ------ www.groenopbouwwerk.nl ----www.bijenhotels.nl

Advies buiten deze pagina nieuw geopende pagina's en foto's altijd met de terugpijl afsluiten

 

 

 

Internationaal jaar van de biodiversiteit en de Coalitie Biodiversiteit 2010

De Coalitie Biodiversiteit 2010 is een breed verband van burgers, overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijven. Vanuit de bijenhelpdesk is deze collitie mede ondertekend.  Een  lid van de Coalitie moet in 2010  een concrete bijdrage leveren aan bewustwording en het creëren van draagvlak en het bieden van handelingsperspectieven voor behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit. Dit kan worden gedaan  door dit jaar een of meerdere communicatie evenementen, activiteiten of projecten te organiseren. De Coalitie Biodiversiteit 2010 wordt  ondersteund door  www.bijenhelpdesk.nl  en www.biodiversiteitsjaar.nl  inclusief lezingen en workshops die daar uit voortvloeien.  Meer informatie over de De Coalitie Biodiversiteit 2010 is te vinden via http://2010.biodiversiteit.nl

 

Doe mee met het internationaal jaar van de biodiversiteit 2010

Fractievoorzitters en (groene) organisaties meldt u aan voor het biodiversiteits jaar

Alleen als zoveel mogelijk gemeenten en andere (groene) organisaties meedoen met het internationaal jaar van de biodiversiteit behouden we en krijgen we biodiversiteit

Biodiversiteit is niet alleen van betekenis voor soorten, maar ook voor de kwaliteit van de samenleving

Wordt Coalitiepartner van Biodiversiteit 2010 of motiveer andere relaties om dat te worden

Meer informatie over de De Coalitie Biodiversiteit 2010 is te vinden via http://2010.biodiversiteit.nl

 
Terug naar top pagina

 

 

 

Centrale vraag biodiversiteits jaar 2010
Wat kunnen we - van burgers tot grootgrondbezitters - doen om de biodiversiteit te verbeteren?

Biodiversiteits jaar is op deze website een tijdloos begrip zoals dat ook bij het "Vogeljaar" van Jac. P. Thijsse het geval is. Met biodiversiteit waren we al lang mee bezig, in het verleden misschien nog veel meer dan nu. Begrippen als natuur in de stad en stadsnatuur zijn al enkele decennia lang ingeburgerd. Het bewijs wordt  geleverd door de honderden voorbeelden van het verbeteren of instandhouden van biodiversiteit die op deze website worden getoond. Waarom dan een biodiversiteits jaar?
De aandacht voor natuur en biodiversiteit gaat met ups en downs gepaard. Er zijn steeds nieuwe impulsen nodig om de natuur in de stad en op het platteland te handhaven of beter nog op en hoger niveau te brengen. Gelukkig is de kennis en de ervaring die daarvoor nodig is ruimschoots aanwezig. Het enige wat we moeten doen is er gebruik van maken.

Het internationaal jaar van de biodiversiteit nodigt je daarvoor uit.

De volgende onderwerpen worden in beeld gebracht:
  Burgerinitiatieven Van tegeltuin tot colletieve tuin. Ideeën voor groen opbouwwerk
  Tuinen Bedrijfstuinen, hofjes, kasteeltuinen, stinzen, tuincentra, volkstuinen, woonhuizen.
  Openbaar groen Grasland, bermen, ruigte, vasteplanten, zomen, natte milieus.
  Bedrijventerreinen Industrieterreinen, braakliggende terreinen, leidingstroken, parken.
  Parken Grasland, zomen.
  Begraafplaatsen Voorlopig alleen oude begraafplaatsen.
  Prairie beplanting Voorbeelden uit Duitsland, Engeland en Zwitserland.
  Spoorwegen Bermen, taluds/dijken, emplacementen.
  Platteland Akkerranden, bermen, tuinen.
    Toepassen van planten Terug naar top pagina
   
     

 

 

Biodiversiteits jaar 2010 - internationaal jaar van de biodiversiteit

Bewonersprojecten en burgerinitiatieven: ideeën voor groen opbouwwerk en sociaal groen.
  Kleinschalig groen voor mensen en bijen ------ Toepasbaarheid van bomen en struiken in een beperkte ruimte
  Rotsplanten - ---- Planten voor tegeltuinen - ----- Oude (stapel)muren
    Voorbeelden van bewonersprojecten  
    Tegeltuinen Geveltuinen (Terug naar) www.groenopbouwwerk.nl
    Klimplanten Boomspiegels  
    Geveltuin met potten Plantenbakken  
    Groene straten Openbaar groen  
    Collectieve tuinen Watertuinen en floatlands  
Terug naar top pagina
 
 

Biodiversiteits jaar 2010 - internationaal jaar van de biodiversiteit

Tuinen voor bijen: tuinen zijn bij uitstek plekken voor bijen en andere bloembezoekende insecten

Tuinen kunnen in het internationaal jaar van de biodiversiteit een belangrijke rol spelen. Tuin is zo ruim begrip dat het nauwelijks beknopt is te definiëren of te omschrijven. Voor deze helpdesk wordt het omschreven als een met planten begroeid, afgegrensd stuk grond bij een huis, een gebouw, in een park, op een landgoed, op een complex van tuinen of ergens buiten de stad midden in het agrarische landschap. Deze tuinen hebben geen agrarische of bosbouwkundige functie, maar zijn meestal bedoeld als ontspanning, maar kunnen ook worden gebruikt voor veel andere functies zoals meditatie, therapie, dagverblijf, educatie, expositie, waterretentie, en beleving. Zie verder onder meer http://nl.wikipedia.org/wiki/Tuin

In deze tuinen kunnen alle typen planten worden toegepast die in www.drachtplanten.nl worden genoemd. Meestal worden er exotische planten of cultivars gebruikt, maar een groot deel van de inheemse planten kunnen ook goed als sierplant worden gebruikt. In tuinen die ecologisch worden beheerd zijn ook “natuurlijke” vegetaties mogelijk. In ieder tuin in wat voor stijl en met welke functie dan ook kunnen planten worden toegepast en vegetaties worden ontwikkeld die bijdrage aan algemene biodiversiteit en het bevorderen van bestuivende insecten in het bijzonder. In al deze tuinen kan ook nest gelegenheid voor wilde bijen worden gemaakt en grote tuinen of volkstuincomplexen kan er ook ruimte worden gemaakt voor een bijenstal.
Voorbeelden Woonhuizen Volkstuinen Stinzen -- Bedrijfstuinen Hofjes & Kruidentuinen
Kasteeltuinen Tuincentra Beknopt literatuuroverzicht  
Terug naar top pagina
 
 
 

Biodiversiteits jaar 2010 - internationaal jaar van de biodiversiteit

Openbaar groen: wat zijn de mogelijkheden voor bijenvriendelijke milieus?

De openbare ruimte is dat gedeelte van het landschap dat van iedereen is. In het internationaal jaar van de biodiversiteit speelt de openbare ruimte een centrale rol. Dat was al bekend. Stedelijke natuur, stadsnatuur en natuur in de stad zijn ingeburgerde begrippen geworden. De verantwoordelijkheid voor het beheer ligt bij de locale of regionale overheid. De variatie in groene landschapselementen die voorkomt is enorm en omvat meer dan op deze helpdesk wordt genoemd. Uit onderzoek is gebleken dat wilde bijen in veel gemeenten talrijk in het openbaar groen voorkomen en het is onder imkers bekend dat de stedelijke omgeving een goed foerageer(dracht)gebied is voor honingbijen.

Publiek draagvlak voor bijenvriendelijke milieus is noodzakelijk
Voorbeelden
Grasland en bermen voor bijen Ruigten voor bijen Pionier- en akkervegetaties voor bijen
Kruiden in beplantingen voor bijen Zomen voor bijen Natte milieus voor bijen
Vasteplanten en eenjarige planten voor bijen Vasteplanten voor bijen voor openbaar groen
Terug naar top pagina
 
 
 

Biodiversiteits jaar 2010 - internationaal jaar van de biodiversiteit

Bedrijventerreinen: mogelijkheden voor bijen en andere bloembezoekende insecten.
Bedrijventerreinen zijn hier gedefinieerd als gebieden waar bedrijven zijn gevestigd. Het gaat om het totale gebied: de terreinen die eigendom zijn van de bedrijven zelf en openbare ruimte die daar aan grenst. Door het internationale karakter van veel bedrijven, zouden bedrijven(terreinen) zich in het internationaal jaar van de biodiversiteit sterk moeten maken voor meer natuur in hun omgeving.
Bedrijventerreinen kunnen veel groene elementen bevatten: groenstroken, straatbomen en heel vaak braakliggende groene gedeelte. In principe zijn die tijdelijk, maar vaak liggen ze ook tientallen jaren braak. Zulke terreinen leveren meestal een bijdrage aan de locale biodiversiteit. Gewoonlijk komen er hommels en ander wilde bijen voor en als er een imker in de buurt is foerageren er ook honingbijen. Voor het laatste zouden bedrijventerreinen of bedrijvenparken veel bewuster kunnen worden benut. Dit geldt ook voor de groene elementen in de openbare ruimte die daar aangrenzen. Lees meer
Lees meer: Bedrijventerreinen
 
 
Terug naar top pagina
 
 
 
 

Biodiversiteits jaar 2010 - internationaal jaar van de biodiversiteit

Parken: Wat zijn de mogelijkheden voor bijenvriendelijke milieus in parken?
Parken die bestemd zijn voor allerlei vormen van recreatie. Ze bieden gelegenheid voor sport, spel, sociale contacten en vele vormen van individuele ontspanning. De meeste van deze parken zijn  na 1950 aangelegd. Voor de bijenteelt liggen er in deze parken veel mogelijkheden. . En in ecologische beheerde parken zijn er vaak volop kruidachtige drachtplanten aanwezig. Aan de randen van beplantingen en langs sloten en vijvers groeien meestal dan wel goede drachtplanten.Om misverstand te voorkomen wordt hier benadrukt dat parken, vooral graslanden vooral een sociale functie hebben. Voor uitvoerige informatie hierover wordt verwezen naar: Groen voor gezondheid, welzijn en biodiversiteit (Cd-rom bij Plantenvademecum). Parken kunnen een subtantiele bijdrage leveren aan de stedelijke biodiversiteit.
Lees meer: parken
 
 
Terug naar top pagina
 

 

 

 

 

Biodiversiteits jaar 2010 - internationaal jaar van de biodiversiteit

Kerkhoven en begraafplaatsen


Begraafplaatsen kunnen van betekenis zijn voor de Imkerij. Vaak zijn er nectar- en stuifmeelproducerende bomen en struiken aanwezig. Onder meer: linde, esdoorn, paardenkastanje, hulst, Buxus, Mahonia, vaak diverse soorten sierappels. De betekenis van de kruiden is meestal vrij gering. Veel kruiden zouden overigens een bijdrage kunnen leveren om de begraafplaats aanzienlijk te verfraaien en tegelijker tijd om de mogelijkheden voor de productie van stuifmeel en nectar te vergroten. Veel bos- en stinzenplanten komen hiervoor in aanmerking. Daarnaast kunnen ze ook van betekenis zijn voor wilde bijen. Kerkhoven en begraafplaatsen kunnen vrijwel altijd bijdragen aan biodiversiteit. Dit geldt zeker voor de bloembezoekende insecten.

Lees meer: Kerkhoven en begraafplaatsen
 
 
Terug naar top pagina

 

 

 
 
 
 

Biodiversiteits jaar 2010 - internationaal jaar van de biodiversiteit

Priairiebeplantingen voor bijen en andere bloembezoekende insecten
Prairie beplantingen zijn afgeleid van natuurlijke vegetaties die in de Noord-Amerikaanse prairies voorkomen. Doordat bomen en hoge heesters er vrijwel ontbreken is er altijd volle zon en de zomers  zijn er droog en warm.   De  vegetaties bestaan uit droogte tolerante en lichtminnende, diepwortelende planten. Het zijn hoogzomer en nazomerbloeiers (juli-sept). De beplantingen die in Europa worden aangelegd worden vaak gemengd met soorten uit de droge milieus die in Europa voorkomen.
Prairiebeplantingen kunnen worden toegepast in de openbare ruimte, parken, tuinen en op begraafplaatsen. Omdat het zwaartepunt van de bloei in juli-september ligt, zijn prairiebeplantingen voor imkers zeer interessant.
De laatste 10 jaar zijn er steeds meer gemeenten die op (zeer) kleine schaal vaste planten toepassen. De planten die worden toegepast moeten concurrentiekrachtig genoeg zijn om onkruiden te onderdrukken. In ieder geval voor een aantal jaren. Vooral als er een combinatie van planten worden toegepast is het vaak een kwestie van uitproberen. De praktijk is echter dat beheer van vasteplantenborders meer tijd vraagt dan er voor is gepland.
Lees meer: Priairiebeplantingen
 
 
Terug naar top pagina
 
 
 
 
 

Biodiversiteits jaar 2010 - internationaal jaar van de biodiversiteit

Spoorwegterreinen hebben ongekende mogelijkheden voor bloembezoekende insecten
 
Als grootgrondbezitter kan de Nederlandse Spoorwegen zich in het internationaal jaar van de biodiversteit profileren als een groen bedrijf. Het netwerk van de NS was in 1990 ruim 3000 km lang en het aantal stations en emplacementen lag boven de 400. Op de emplacementen waren ruim 150 los- en laadplekken aanwezig. De totale oppervlakte bedroeg ca. 13.000 ha. Het spoor ligt op allerlei grondsoorten en gaat door alle plantengeografische districten en door de meeste landschapstypen.
De spoorwegterreinen in Nederland bevatten ca. 10.000 ha aan groene landschapselementen die aanzienlijk aan de biodiversiteit kunnen bijdragen. Ze hebbben een grote betekenis voor bijen en andere bloembezoekende insecten. Lees meer
  Struweel ---- Ruigten --- Grasland en hei----- Pioniervegetaties ---Spoorwegemplacementen---- Oude spoorlijnen
  Hoe kunnen spoorwegvegetaties worden beheerd? ----
 
Terug naar top pagina
 
 
 
 

Biodiversiteits jaar 2010 - internationaal jaar van de biodiversiteit

Hebben bijen op het platteland nog een toekomst?
De biodiversiteit van akkers en akkerranden is al decennia lang een aandachtspunt van natuur- en milieuorganisaties. Het biodiversiteits jaar kan het creëren van meer natuurlijke akkerranden intensiveren.

De biodiversiteit van akkers en akkerranden is al decennia lang een aandachtspunt van natuur en milieuorganisaties. Het internationale jaar van de biodiversiteit kan het creëren van meer natuurlijke akkerranden intensiveren. Dat is niet alleen goed voor bijen, maar ook voor de bloembezoekende insecten in het algemeen.

Landschapselementen Welke landschapselementen kunnen bijdragen aan de verbetering van de bijenstand?
Akkers Wat betekenen akkers tegenwoordig nog voor de bijenteelt?
Akkerranden Wat zijn de mogelijkheden voor bijen in akkerranden en akkerreservaten?
Agroranden Kunnen agroranden een bijdrage leveren aan de verbetering van de bijenstand?
Natuurlijke begroeiing Moeten agroranden worden ingezaaid met akkerplanten of is er ook een natuurlijke begroeiing mogelijk?
Breedte akkerranden Hoe breed moeten akker/agroranden zijn om en zinvolle bijdrage te leveren aan de bijenstand?
Beheer Hoe moeten akkerranden worden beheerd?
Biologische bestrijding Wat dragen akkerranden en aangrenzende vegetaties bij aan de biologische bestrijding van landbouwgewassen?
Soorten akkerranden Welke plantensoorten kunnen in akkerranden worden ingezaaid? Zie soorten van:
 

Vochtige en voedselrijke bodem ----- Matig voedselrijke bodem --Zeer voedselrijkebodem

  Soorten van de Hoekse Waard
Zaaidichtheid Aandachtpunten en over de zaaidichtheid van akkerplanten
Bloemrijke bermen Wat zijn de mogelijkheden voor bloemrijke bermen en graslanden agrarische gebieden?
Bloemrijke ruigte Is bloemrijke ruigte langs akkers en weilanden mogelijk?
Tuinen Kunnen tuinen in agrarische gebieden bijdragen aan de verbetering van de bijenstand?
Literatuur Literatuur akkerplanten en pioniervegetaties
 
Terug naar top pagina
 
Waar kunnen planten groeien: toepassingsmogelijkheden van planten ---
www.bijenhelpdesk.nl die gekoppeld is aan www.drachtplanten.nl gaat over de toepassing en het beheer van (wilde) bijenplanten in hun milieu. Kunnen deze planten en/of de vegetaties waar ze in voorkomen ook worden toegepast op het platteland of in bijvoorbeeld tuinen en parken?
De mogelijkheden voor toepassing en (potentieel) voorkomen van een vegetatie wordt in principe bepaald door de bodemeigenschappen. Om een indicatie van de bodemeigenschappen te krijgen, moet er naar de grondwaterstand en andere bodemeigenschappen worden gekeken. Verder ook naar de plantensoorten die er groeien. Dit is niet in een blik te zien. Men moet er vrijwel altijd inventariseren. Als het grootschalige projecten zijn kan daarvoor het beste een deskundige worden ingeschakeld. De praktijk is dat men het met beperkte middelen vaak zelf moet doen. IVN- en KNNV-leden kunnen daarbij diensten verlenen.
Waar “natuurlijke begroeiingen” kunnen worden toegepast, wordt in de eerste plaats bepaald door het milieu.
Als we begraafplaatsen en kerkhoven als voorbeeld nemen kunnen we de vraag stellen wat is wel en niet toepasbaar. Dat hangt van een reeks factoren af: het milieu, de schaal van het terrein, het beheer, het gebruik en de cultuur. Als er geen beperkingen door het beheer, het gebruik en de cultuur zijn, is alleen het milieu doorslaggevend. Er zijn voorbeelden van begraafplaatsen die met struikhei zijn begroeid, worden gedomineerd door klaprozen of teunisbloemen, met schraalgrasland, natuurlijke bosvegetaties, of met stinzenplanten en in Amsterdam is er zelfs een aangelegde bosvegetatie waarin de grote keverorchis spontaan massaal in voorkwam. Hetzelfde geldt voor landgoederen, bedrijventuinen, parken, recreatie terreinen en daktuinen. De rietorchis bijvoorbeeld, groeit in parken, recreatieterreinen, in stadsbermen, wegbermen, spoorwegterreinen, industrieterreinen en in tuinen.
Als het milieu niet geschikt is, ontwikkelt de gewenste vegetaties zich niet, is het wel geschikt dan liggen er kansen. Voor een plantensoort maakt het niet uit of die op een begraafplaats staat, op een bedrijventerrein of in een bos. Het enige wat telt zijn de groeiplaatsfactoren inclusief het beheer. Het is de kunst van de groenbeheerder, de hovenier of andere persoon met groene vingers om daar grip op te krijgen. Ter ondersteuning is op deze helpdesk een pagina groeiplaatsfactoren opgenomen
Voor de toepassing van uitheemse soorten geldt hetzelfde. Overal waar een bodem is of een verweerd substraat kunnen planten groeien en worden toegepast, maar de plantensoorten moeten dan wel bij dat milieu passen. Alle uitheemse planten die op deze website worden genoemd kunnen in principe in openbaar groen worden toegepast, maar het hangt van de situatie af of dat ook zinvol is. In een recreatiepark worden andere planten toegepast dan in een plantenbak voor het stadhuis. Voor de vele voorbeelden wordt verwezen naar de foto,s op deze website.
Terug naar centrale vraag biodiversiteits jaar
 

 

 

Terug naar top pagina
50 aandachtssoorten voor bijen --- Onderstaande planten worden gelinkt met foto's; is eind juli voltooid.
Een paar honderd plantensoorten zijn belangrijk voor wilde bijen. Ter gelegenheid van het internationaal jaar van de biodiversiteit worden op deze pagina ca. 50 soorten plantensoorten genoemd die vaak druk door verschillende soorten wilde bijen en honingbijen worden bezocht of waarvan min of meer gespecialiseerde soorten bijen afhankelijk zijn. Soorten de laatste groep zijn in deze lijst met een # gemerkt. Voor bijna alle planten die hier worden genoemd waarvoor men enige moeite doen om ze substantieel in de stad of in bermen te krijgen en/of te houden. Dit kan met behulp van ecologisch groenbeheer. Door eventuele introductie van deze plantensoorten binnen de bebouwde kom, gecombineerd met ecologisch groenbeheer, kunnen deze planten standhouden. Deze plantensoorten maken deel uit van plantengemeenschappen. Het stimuleren van een van de onderstaande plantensoorten bevordert ook andere plantensoorten waarmee deze plant het milieu deelt. Er is een keuze gemaakt uit de (vrij) algemeen en minder zeldzame voorkomende plantensoorten of soorten die vrij gemakkelijk kunnen worden geïntroduceerd. De plantensoorten met een # zijn van levensbelang voor bijen die volledig van deze planten afhankelijk zijn. Ondanks het feit dat de bij ambassadeursoort is van het Biodiversiteits jaar worden drachtplanten tijdens de bloei massaal gemaaid. Dit was bijvoorbeeld het geval op de waaldijken tussen Tiel en Millingen die vrijwel volledig integraal werden gemaaid. Inclusief alle plekken met aardaker, beemdkroon, knoonkruid, cichorei, kattendoorn en nog veel meer.

Als deze planten verdwijnen, verdwijnen ook de bijen die daarmee samenleven! Deze planten moeten in het jaar van de biodiversiteit en de jaren daarna extra aandacht krijgen bij het vegetatie- en groenbeheer. Hier gemerkt met de term Aandachtsoort biodiversiteits jaar.

De overige soorten die niet zijn gemerkt met # zijn zeer belangrijke planten voor minder gespecialiseerde bijen. Het verdwijnen van deze planten kan er toe leiden dat ook deze bijen verdwijnen!
Achillea millefoleum - Gewoon duizendblad: in hoofdzaak witbloeiende, overblijvende, tot 0,7 m hoge graslandplant. Bloeitijd: juni-oktober.
Zulte - Aster tripolium #: in hoofdzaak een tweejarige lilablauw bloeiende plant van 0,3 -1,5 m hoog. Bloeitijd: eind juli-september (oktober)

Bryonia dioica - Heggenrank#: overblijvende 2 tot 4 m hoge kruidachtige klimplant die ook in stadsbeplantingen gemakkelijk kan groeien. Bloeitijd: juni-september. Biodiversiteits jaar

Calluna vulgais - Struikhei#: paarsbloeiende, tot 05-1,0 m hoge dwergheester. Bloeitijd half juli-half september

Campanula rapunculoides - Akkerklokje#: Blauw bloeiende, 05-1,0 m hoge vaste plant. Kan heel goed langs randen van beplantingen worden toegepast. Bloeitijd: juni-augustus. Biodiversiteits jaar

Campanula rapunculus - Rapunzelklokje#: Blauw bloeiende,0,5-0,8 (1.0)m hoge tweejarige graslandplant. Bloeitijd: mei-september. Biodiversiteits jaar

Campanula rotundifolia - Grasklokje#: Overblijvende blauw bloeiende graslantplant. Bermen met deze plant moeten in september-oktober worden gemaaid. Bloeitijd: juni--september. biodiversiteits jaar

Campanula trachelium - Ruig klokje#: een blauw bloeiende vaste plant van bos- en struweelranden, die in grote delen van het land in het openbaar groen in randen van beplantingen kan worden toegepast. In september-oktober kunnen deze randen (zomen) worden gemaaid. Bloeitijd: juli-augustus. Biodiversiteits jaar

Cardamine pratensis - Pinksterbloem: Een veel voorkomende overblijvende roze bloeiende graslandplant. De bermen en graslanden waar deze soort voor komt worden op natte bodems in augustus-september gemaaid; op vochtige bodems rond half juli en september - begin oktober. Bloeitijd: april-juni.

Centaurea jacea - Knoopkruid: een overblijvende 03-1,2 m hoge paarsbloeiende graslandplant. Vegetaties met deze soort kunnen het beste september-oktober worden gemaaid. Bloeitijd: juni-september.

Centaurea scabiosa - Grote centaurie: een overblijvende 0,5-1,2 m hoge plant: paars, bloeiwijze alleenstaand. Bloeitijd: juni-augustus. Vegetaties met deze soort in september - half oktober maaien.
Chaerophyllum temulum - Dolle kervel: een witbloeiende tweejarige 0,0-1,3 m hoge zoomplant. Deze soort kan vooral langs randen van beplantingen worden toegepast. Bloeitijd: mei-juli (augustus).
Cichorium intybus - Wilde chichorei: een blauwbloeiende overblijvende, 0,5-1,5 m hoge plant. wordt 1 of 2 maal per jaar gemaaid.Bloeitijd: mei-aug. Bloeit juli-augustus
Crepis biennis - Groot streepzaad: een tweejarige geel bloeiende, 0,6-1,2 m hoge graslandplant. Op schrale bodems vanaf eind augustus tot half oktober maaien. Op rijke bodems eind mei-begin juni en september-half oktober.

Crepis capillaris - Klein streepzaad: een eenjarig geel bloeiende 0,3-0,9m hoge graslandplant die ook vaak op open gronden voorkomt. Bloeitijd. in juni-november. Op schrale bodems vanaf eind augustus tot half oktober maaien. Op rijke bodems eind mei-begin juni en september-halfoktober. Bloeitijd: mei-aug.

Daucus carota - Peen: een twee- of eenjarige graslandplant wit bloeiende, 0,3-1,0 (1,5)m hoge graslandplant. Op schrale bodems vanaf eind augustus tot half oktober maaien. Op rijke bodems eind mei-begin juni en september-halfoktober. Bloeitijd: juni-september.

Echium vulgare - Slangenkruid#: tweejarig blauw bloeiende 0,3-1,2 m hoge plant van open gronden. Op droge, humusarme enigszins stikstofhoudende, veelal kalkhoudende, open zandige en gruisachtige bodems. Bodem min of meer openhouden. Bloeitijd: mei-september. Biodiversiteits jaar
Eupatorium cannabinum: een overblijvende, roze bloeiende, 0,8-2,0 m hoge plant van ruigte, hooguit een maal per jaar maaien. Bloeitijd: in juli - september. Eeen zeer belangrijke plant voor vlinders.
Eryngium campestre- Echte kruisdistel: een overblijvende, 0,2-0,8 m hoge, stekelige graslandplant plant. Op zomerdroge bodems. Indien noodzakelijk in september maaien. Bloeitijd: juli-augustus.

Hieracium umbellatum - Schermhavikskruid: een overblijvende geelbloeiende, 0,3-1,2 m hoge graslandplant: Wordt gewoonlijk in september-oktober gemaaid. Bloeitijd: juli-september.

Hieracium laevigatum - Stijf havikskruid: een overblijvende, geel bloeiende, 0,3-1,2m hoge graslandplant en zoomplant. Wordt gewoonlijk in september-oktober gemaaid. Bloeitijd: juli-september.

Hieracium pilosella - Muizenoor: een overblijvende, geel bloeiende, 0,05-0,2m hoge graslandplant. Vegetaties met deze soort worden in september - oktober gemaaid. BLoeitijd: mei-juni.

Hypochaeris radicata - Gewoon biggenkruid: een overblijvende geel bloeiende, 0, 15-0,5 (0,8)m hoge graslandplant. Vegetaties met deze soort hoeven in principe alleen in september-oktober te worden gemaaid. Als dominatie van deze soort gewenst is, dan ook direct na het pluizen (in juli) maaien. Bloeitijd: juni-september.

Jasione montana - Zandblauwtje : een eenjarige, blauw bloeiende, 0,1-0,3m hoge soort van open grasland. Bij te sterke vergrassing in september-oktober maaien. Bloeitijd: juni-augustus.

Knautia arvensis - Beemdkroon#: een overblijvende, lila bloeiende, 0,3-0,8 m hoge graslandplant. Vegetaties met deze soorten worden eind augustus - september gemaaid. Bloeitijd: juni-september. Biodiversiteits jaar

Lathyrus pratensis - Veldlathyrus: een overblijvende, geel bloeiende graslandplant met 0,5-1,2 m lange stengels. Gewoonlijk twee maal per jaar maaien en afvoeren; 1e maaibeurt: eind mei (inverband met bloei en zaadvorming) - begin juni; 2e maaibeurt: ; indien één maaibeurt per jaar dan in september. Bloeitijd: juli-augustus.

Lathyrus tuberosus - Aardaker: een overblijvende rozerood bloeiendec plant van grasland en ruigte met 0,5-1,2m lange stengels. Ruigten waarin deze soort voor komt worden 1 maal per 2-5 jaar gemaaid. In graslandvegetaties in september - half oktober maaien. Bij twee maaibeurten de eerste maaibeurt uiterlijk voor eind mei. Bloeitijd: juni-augustus.

Leucanthemum vulgare - Gewone margriet: een overblijvende/kortlevende, witbloeiende, 0,3-0,6 m hoge graslandplant. Op schrale bodems vanaf eind augustus tot half oktober maaien. Op rijke bodems eind mei-begin juni en september-halfoktober. Bloeitijd: mei-aug.

Lotus corniculatus var.corniculatus - Gewone rolklaver : een overblijvende, geel bloeiende graslandplant met 0,1-0,4 m lange stengels. Vegetatie met deze plant worden gewoonlijk september-oktober gemaaid. Bloeitijd. juni-september.

Lotus pedunculatus - Moerasrolklaver : een overblijvende, geel bloeiende graslandplant met met tot 1,2 m lange, al dan niet klimmende lange stengels. Gewoonlijk vanaf half augustus – september maaien; (in stedelijke gebied ook september-oktober). Bloeitijd: juni-augustus.

Lysimachia vulgaris - Grote wederik# : een overblijvende, geel bloeiende, 0,7-1,4 m hoge soorten van ruigten. Maximaal eenmaal per 1-5 jaar na het goeiseizoen maaien. Bloeitijd: juni-augustes. Wordt alleen door slobkousbij bezocht. Biodiversiteits jaar

Lythrum salicaria - Grote kattenstaart#: een overblijvende, paarsrood bloeiende, 0,8-2,0 m hoge ruigte- en moerasplant. Vegetaties met deze soort worden ten hoogste eenmaal per jaar na het goeiseizoen gemaaid. Bloeitijd: juni-september. Biodiversiteits jaar

Lychnis flos-cuculi - Echte koekoeksbloem (voorlopige foto): een tweejarige, roze bloeiende, 0,3-07m hoge graslandplant. Gewoonlijk vanaf half augustus – september maaien; (in stedelijke gebied ook september-oktober). Bloeitijd: mei-juni (september)
Ononis repens subsp. repens - Kruipend stalkruid: overblijvende, roze bloeiende graslandplant met liggende stengels. September maaien of begrazen. Bloeitijd: juni-september.
Ononis repens subsp. spinosa - Kattendoorn: overblijvende, roze bloeiende graslandplant met opgerichte stengels. Begrazen of maaien in nazomer. Bloeitijd: juni-september.

Origanum vulgare - Wilde marjolein: een overblijvende, roze tot licht paarse bloeiende , 0,3-0,6m hoge grasland plant. Gewoonlijk vanaf eind augustus tot half oktober maaien. Bloeitijd, juni-september.

Picris hieracioides - Echt bitterkruid: een tweejarige, geelbloeiende,0,5-1,0 m hoge plant van grasland en open grond. Grazige vegetaties met deze soort worden in September - half oktober gemaaid. Bloeitijd: juli-september.

Pulicaria dysenterica - Heelblaadjes :een overblijvende, geelbloeiende, 0,6-0,8 m hoge plant van grasland en ruigte. Bloeitijd: juli-september. Indien nodig half augustus – september maaien.

Reseda lutea - Wilde reseda#: een overblijvende, gele, 0,3-0,7 m hoge plant van open vaste, minerale bodems. Bodem open houden. Bloeitijd: mei-september. Biodiversiteits jaar

Rhinanthus angustifolius - Grote ratelaar: Een eenjarige, geelbloeiende 0,1-0,6 m hoge graslandplant. Op vochtige bodem twee maal per jaar maaien ; 1e maaibeurt: eind mei - begin juni; 2e maaibeurt: september - half oktober; indien één maaibeurt per jaar dan in september. Op natte bodems eenmaal per jaar maaien en afruimen; bij iets drogere bodems kunnen twee maaibeurten gewenst zijn. Of er een of tweemaal gemaaid kan worden hangt sterk af van de berijdbaarheid met maaimachines van het terrein. Bloeitijd: mei-augustus.

Salix aurita - Geoorde wilg #: een geel bloeiend, tot 2,5m hoge heester. Zou veel meer kunnen worden toegepast. Bloeitijd: april-mei. Biodiversiteits jaar

Salix caprea - Boswilg #: een geelbloeiende, tot 8,0m hoge boom. Zou veel meer kunnen worden toegepast. Bloeitijd: maart-april. Biodiversiteits jaar

Securigera varia - Bont kroonkruid (voorlopige foto): Een overblijvende, roze bloeiende soort van grasland en ruigte, met ca 0,6-1,3m lange klimmende en liggende stengels. Kan ook worden uitgezaaid. Bermen met deze soort kunnen vanaf eind augustus tot half oktober wiorden gemaaid. Bloeitijd: juni-september.

Stachys palustris - Moerasandoorn (voorlopige foto): een overblijvende roze bloeiende, 0,4-1,0 (1,2) m hoge plant van ruigte. Vegetaties met deze soort worden ten hoogste eenmaal per jaar na het goeiseizoen gemaaid. Bloeitijd: juli-augustus.

Stachys sylvatica - Bosandoorn (voorlopige foto): een overblijvende, paarsrode, 0,5-0,9 m hoge plant van bosranden. kan in stedelijk beplantingen worden toegepast, eventueel buiten het groeiseizoen uitmaaien. Bloeitijd: juni-augustus,

Tanacetum vulgare - Boerenwormkruid (voorlopige foto): Een overblijvende, geel bloeiende 0,6-1,0 (1,5)m hoge plant van grasland en ruigte. Indien noodzakelijk kunnen vegetaties met deze soort op drogere bodems september-oktober worden gemaaid. Bloeitijd: juli-september.

Trifolium arvense - Hazenpootje : een eenjarige, 0,1-0,3m hoge soort van open grasland en open gronden. heeft min of meer donzige grijswit uitziende hoofdjes. Grazige vegetaties worden september - oktober gemaaid. Bloeitijd: juli-oktober.

Veronica chamaedrys - Gewone ereprijs (voorlopige foto): een overblijvende, blauw bloeiende, 0,1-0,3 m hoge, plant van grasland en grazige zomen. Vegetaties met deze soort kunnen rond septemer worden gemaaid. Bloeitijd: april-jun.

Vicia cracca - Vogelwikke : een overblijvende, blauwpaars bloeiende plant van grasland en ruigte met 0,5-1,5 m lange stengels. Plekken waar deze soort voorkomt kunnen september-oktober worden gemaaid. Bij twee maaibeurten de eerste voor eind mei. Bloeitijd: juni-september.

Vicia sepium - Heggenwikke: een overblijvende, violet-lichtblauw bloeiende plant van grasland, ruigte en zomen met 0,3-1,0 m lange stengels. Plekken waar deze soort voorkomt kunnen september-oktober worden gemaaid. Bij twee maaibeurten de eerste voor eind mei. Bloeitijd: mei-aug.

Terug naar top pagina
 

 

 

 

 

Berichten en achtergronden in het kader van het biodiversiteitsjaar

http://2010.biodiversiteit.nl/in_de_media/prinses_irene_beschermvrouwe_biodiversiteit

http://www.bijenstichting.nl - (04 april 2010 09:46) Er moet een einde komen aan de massale bijensterfte die de laatste jaren voor een ware slachting onder de bijen zorgt. Dat vindt de Bijenstichting, die vanmorgen tijdens de uitzending van het VARA-radioprogramma “Vroege Vogels” is opgericht. De stichting wil in dit Jaar van de Biodiversiteit ook bij de politiek meer aandacht voor dit probleem. Lees verder: http://tinyurl.com/yajnr5z
www.zutphenbijenstad.nl -- De campagne Zutphen Bijenstad vraagt iedereen die dat wil en kan een vierkante meter tuin in te zaaien met bloemen voor bijen (op 'Iedereen kan meedoen' staat de zaai-instructie en welk zaad er in de zakjes zit).Want bijen hebben momenteel actieve hulp nodig van mensen: voldoende voedsel in de vorm van geschikte bloemen en goede imkers.
Openbaar groen en betekenis voor bijen -- De centrale vraag op deze website/in het biodiversiteits jaar 2010 is: Wat kunnen we - van burgers tot grootgrondbezitters - doen om de biodiversiteit te verbeteren? Dit geldt vooral voor openbaar groen. De betekenis van openbaar groen voor bijen is grotendeels synoniem met de betekenis van openbaar groen voor bloembezoekende insecten. Bloemrijk openbaar groen heeft niet alleen betekenis voor bijen, maar ook voor mensen. Mede in het kader van het internationaal jaar van de biodiversiteit heeft de Bijenstichting het rapport gebubliceerd: Openbaar groen en de betekenis voor bijen. Te downloaden via www.bijenstichting.nl
Brief Europese Unie (1-4-2010) -- De Europese Unie heeft 31 maart 2010 een nieuwe campagne gepresenteerd. De campagne, met als slogan "Biodiversiteit: verbonden door leven" moet het alarmerende verlies aan biodiversiteit in de EU een halt toeroepen. Lees meer op: http://2010.biodiversiteit.nl

Brief lijsttrekkers (25-03-2010) -- De Coalitie Biodiversiteit 2010 heeft een brief gestuurd aan alle lijsttrekkers en fractievoorzitters van gemeenten in Nederland. In de brief vraagt coalitievoorzitter Onno Hoes namens de Coalitie om het Internationaal Jaar van de Biodiversiteit mee te nemen in de coalitieonderhandelingen. Bovendien worden er concrete plannen en acties aangeboden die binnen  gemeenten ten behoeve van de biodiversiteit ondernomen kunnen worden. Lees meer op: http://2010.biodiversiteit.nl

Bijenhotels -- Artikel Trouw over bijenhotels zie ingekorte link: http://tinyurl.com/y86jxw9 :
Verslag bijeenkomst biologische verscheidenheid Deutscher imkerbund. Neue Wege aus alter Krise
Soorten waarnemen -- Het weekend van de biodiversiteit (Vlaanderen) daagt je uit om minstens 2010 verschillende soorten waar te nemen! 22 en 23 mei: Tel mee tot 2010!
Jaar van de Biodiversiteit (17-01-2010) -- De aarde krioelt van het leven. Bijna 2 miljoen dieren, planten, zwammen en micro-organismen bevolken onze planeet. Maar het aantal soorten neemt al jaren af en daarom hebben de VN 2010 uitgeroepen tot tot het Internationaal Jaar van de Biodiversiteit. Lees meer op: http://2010.biodiversiteit.nl
Nederland start Internationaal Jaar van de Biodiversiteit met oprichting Centrum Biodiversiteit (28-01-2010)
Wereldwijd loopt de biodiversiteit terug. Volgens deskundigen vindt het verlies van plant- en diersoorten, vergeleken met de natuurlijke afname, inmiddels duizend keer zo snel plaats. Lees meer op: http://2010.biodiversiteit.nl
Zie voor "alle berichten: http://2010.biodiversiteit.nl
 
Terug naar top pagina
 

 

 

Bij ambassadeur van het biodiversiteitjaar 2010

Als ambassadeur voor biodiversiteit is landelijk gekozen voor de bij. Doordat het slecht gaat met de bij, ondervinden ook veel andere soorten in de natuur schade. Een sprekend voorbeeld van de onderlinge verbondenheid van alles met alles in de natuur: de biodiversiteit. Vandaar dat NCB Naturalis de bij als beeld voor al haar activiteiten in het Biodiversiteitjaar gebruikt. (www.biodiversiteit.nl)

Bloemrijke vegetaties zijn niet alleen goed voor bijen, maar ook voor dagvlinders en andere insecten. Veel van deze insecten leven van kleine dieren die schadelijk kunnen zijn voor de land- en tuinbouw en de planten in onze tuin. Schadelijke dieren worden ook wel plaagdieren genoemd. Dit zijn onder meer bladluizen, slakken, rupsen en larven van insecten.

De rovende insecten worden predatoren genoemd. Dit zijn bijvoorbeeld zweefvliegen, gaasvliegen, roofwantsen, lieveheerbeestjes, graafwespen en sluipwespen. Deze insecten hebben vaak stuifmeel nodig voor hun ontwikkeling. Voor een zeker biologisch evenwicht zijn zulke insecten noodzakelijk. In de landbouw wordt dat steeds meer onderkend en ook toegepast. Maar ook daarbuiten zijn rovende insecten en niet te vergeten spinnen van grote betekenis.

Heel veel andere insecten en spinnen die in bloemrijke vegetaties voorkomen zijn voedsel voor vogels.

Bloemrijke vegetaties die niet te vroeg worden gemaaid leveren zaden die door vogels worden gegeten. De putter en de huismus zijn daar voorbeelden van.

Ook veel bomen en struiken die voor de bloemen of de bessen worden aangeplant trekken vogels aan.

Plekken waar bijvoorbeeld bramen groeien, zijn niet alleen goed voor de bloembezoekende insecten, maar bieden ook nestgelegenheid voor vogels en schuilplaatsen voor zoogdieren.

Deze website heeft bijen als thema, maar is gebaseerd op ecologisch groenbeheer. Dit dient de algemene biodiversiteit.

Het verbeteren van de bijenstand draagt bij aan biodiversiteit en bloemrijke vegetaties worden gewoonlijk hoog gewaardeerd.

Kortom, bijenbeheer is ecologisch groenbeheer en draagt bij aan zowel de ecologische als esthetische kwaliteit van het landschap.

De soort honingbij telt niet voor de biodiversiteit, maar om honingbijen probleemloos in stand te houden zijn zeer grote oppervlakten bloemrijke vegetaties noodzakelijk. Van deze vegetaties profiteert een groot gedeelte van de wilde fauna. Als het goed gaat met de honingbij gaat het met heel veel andere dieren ook goed. Een goed argument om de

(Honing)bij te promoveren als Ambassadeur voor biodiversiteit --Biodiversiteitsjaar 2010

Terug naar top pagina
 
 

Buiten de  officiële natuurterreinen zijn stad en platteland dragers van de biodiversiteit en het werkgebied
van het internationaal jaar van de biodiversiteit.

Deze website behandelt de biodiversiteit van het cultuurlandschap. In twee woorden samengevat: stad en platteland. Alle terreinen die niet tot de officiële natuurterreinen worden gerekend, zijn in deze twee gebieden de dragers van de biodiversiteit. In het biodiversiteits jaar krijgen deze gebieden veel aandacht.

Biodiversiteit staat voor biologische verscheidenheid. Dit begrip heeft betrekking op soorten, genen en ecosystemen op een bepaalde plek. Dat kan in de ruimste zin de hele aarde omvatten, maar ook in enge zin  een achtertuin. Voor alle levensvormen op aarde is biodiversiteit van levensbelang. Voor alle soorten is het oude gezegde "eten en gegeten worden" nog steeds actueel. Planten en dieren, inclusief mensen, zijn onderdeel van  een levensgemeenschap. Het wegvallen van één of meer soorten in een levensgemeenschap kan fataal zijn voor alle soorten die van de verdwenen soort(en ) afhankelijk zijn. Het internationaal jaar van de biodiversiteit kan er toe bijdragen dat dit niet of minder vaak gebeurt.

Mensen zijn voor een belangrijk deel van hun voedselpakket van bijen afhankelijk. De honingbij neemt hierbij een belangrijke plaats in. Honingbijen worden in een groot deel van de wereld als huisdier gehouden. Om de duizenden bijenvolken van voedsel te voorzien en in leven te houden, zijn tienduizenden hectaren bloemrijke vegetaties en begroeiingen nodig. Hieraan is echter al decennia lang een chronisch tekort. Dit feit wordt ook weerspiegeld in de achteruitgang van de totale biodiversiteit van het cultuurlandschap in de vorige eeuw. Als het landschap weer bloemrijker wordt, is dat niet alleen gunstig voor honingbijen, maar in principe voor de totale biodiversiteit.

Deze website richt zich op de verbetering van de biodiversiteit in het cultuurlandslandschap, inclusief het stedelijk gebied. De honingbij wordt hier als gidssoort, met een andere term als ambassadeursoort, gebruikt.

Terug naar top pagina
Biodiversiteit door aandacht en beheer
Op deze website staan de bloembezoekende insecten, in het bijzonder bijen, centraal.
Het huidige agrarische cultuurlandschap wordt echter gekenmerkt door bloemloosheid. In de stedelijke omgeving wordt de bloemenrijkdom nog voornamelijk bepaald door tuinen. Door de grote dynamiek in tuinen, veroorzaakt door intensief onderhoud en modegevoeligheid, zijn de mogelijkheden voor biodiversiteit vaak zeer beperkt geworden Tuinen kunnen heel veel aan biodiversiteit bijdragen, maar het fundament voor biodiversiteit moet worden gevormd  door het totale cultuurlandschap. Deze website laat zien hoe dat in de praktijk is te realiseren.
Deze realisatie begint  bij aandacht en betrokkenheid van bestuurders, ontwerpers, beheerders en waarschijnlijk het allerbelangrijkste: de burgers.
De cruciale vraag hierbij is:, Wat is de functie van een landschap? Biodiversiteit en de recreatieve aspecten hiervan komen dan vaak snel in beeld. De vervolgvraag is dan: Hoe kan biodiversiteit worden gerealiseerd?
In principe is deze vraag eenvoudig te beantwoorden. De mogelijkheden van biodiversiteit worden in de eerste plaats bepaald door de potentie van bodem en water. Nederland verkeert in de bijzonder gunstige positie dat een hoge graad van biodiversiteit vrijwel overal mogelijk is. Dat wordt voornamelijk bepaald door de potentiële diversiteit van de flora en de structuurvariatie van de potentieel natuurlijke vegetatie en de beplantingen.
Als we niets doen  ontstaat vrijwel overal op den duur bos, als we te veel doen leidt dit tot een extreme nivellering van flora, de vegetatiestructuur en de diversiteit van de fauna die daarvan afhankelijk is.
Door ecologisch beheer kunnen we sturen in de ontwikkeling van de flora en vegetatiestructuur. Door meer aandacht -- bewustzijn van functie en betekenis van de natuur -- kunnen burgers milieubewuster met hun tuin omgaan.
Hoe biodiversiteit door ecologisch beheer en door burgerparticipatie kan worden gerealiseerd staat uitvoering op deze website beschreven en is gevisualiseerd met meer dan 1000 foto's.
De honingbij wordt hierbij als gidssoort/ambassadeursoort gebruikt. Maar ook als men deze aannameverwerpt,  blijft het principe van ecologisch beheer gericht op floristische diversiteit en vegetatiestructuur van kracht. De meeste vragen die met betrekking tot bijen worden gesteld, gelden ook voor andere bloembezoekende insecten. De diversiteit van de vegetatiestuctuur is voor de fauna in het algemeen van belang.
Terug naar top pagina

Planten en biodiversiteits jaar

"Planten kunnen voor allerlei doeleinden worden aangeplant. Voor de sier, voor recreatie, camouflage, kwaliteit van het stadsklimaat, fysieke veiligheid, voor natuurontwikkeling enzovoort. We dreigen daarbij te vergeten dat we van planten afhankelijk zijn. Zonder planten zou dierlijk leven zoals we dat nu kennen niet mogelijk zijn. De kwaliteit en de samenstelling van de dampkring waarin mensen en dieren kunnen leven wordt grotendeels door planten gereguleerd. Alles wat we eten is plantaardig of heeft een plantaardige oorsprong. Onze huidige levenswijze is direct verbonden met de plantengroei van honderden miljoenen jaren geleden. Het lijkt zo vanzelfsprekend dat we iedere week onze boodschappen kunnen doen, maar aan vrijwel al deze boodschappen inclusief de meeste verpakkingen ligt plantengroei ten grondslag.

De website gaat over planten en plantengroei in tuin, park en landschap. Het gaat over planten die we voor de sier kopen of aanplanten, die we aanplanten of beheren om de esthetische en de ecologische kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. Deze planten laten echter ook zien hoe mensen met de natuur zijn verweven en dat bijvoorbeeld de achtertuin een plek is waar mensen hun afhankelijkheid van de natuur kunnen voelen. Als metafoor van deze afhankelijkheid wordt de honingbij gebruikt. Honingbijen dragen bij aan het voor ons noodzakelijke en hoogwaardige voedselpakket. De planten in onze tuin en daarbuiten leveren bijen nectar en stuifmeel om in leven te blijven. In ons verstedelijkte en hoog geïndustrialiseerde landschap ligt deze voedselbron in handen van mensen. Zonder stuifmeel en nectar geen bijen en zonder bijen geen of aanzienlijk minder fruit, vruchten en zaden; zaden die nodig zijn om planten te kweken die wij eten".(naar Koster 2007).
Terug naar top pagina

 

 

Groen opbouwwerk, sociaal groen en Internationaal jaar van de biodiversiteit

De Bij ambassadeur  biodiversiteitsjaar en sociaal groen?

Groen opbouwwerk ondersteunt bewoners van buurten en woon-, krachtwijken in gemeenten met "groene" initiatieven- participatie. De leefbaarheid van de woonomgeving staat hierbij op de eerste plaats.

Het biodiversiteitsjaar is voor iedereen van groot belang.  Het biodiversiteitsjaar  heeft alleen een duurzaam effect als het overgrote deel van de Nederlandse bevolking mee doet.  Dat is niet eenvoudig te realiseren. Het enige wat ik zelf kan doen is teruggrijpen op mijn oude discipline van sociaalcultureel werker.  Dan dring je ook door tot de groenarme buurten van steden en kleine gemeenten.

Het biodiversiteitsjaar dient niet alleen de natuur maar ook de mensen die daar deel van uitmaken.  Zelfs als ze in probleemwijken wonen.  Als eerste aanzet is daarvoor een nieuwe website geopend, waarin wordt aangegeven wat natuur voor mensen kan beteken. De volgende stap is dan hoe krijgen we de natuur voor de deur: op loopafstand van mensen die niet of moeilijk van huis komen. 

De natuur is voor iedereen, dus maak  haar dan ook voor iedereen toegankelijk als was het maar in de vorm van miniparkjes.  Deze vorm van natuur, wordt ook wel sociaal groen genoemd. Ook daar komen wilde bijen, hommels en honingbijen voor en zeker ook vlinders. Wellicht is de “bij” niet alleen maar  ambassadeur voor biodiversiteit, maar ook voor sociaal en psychologisch welzijn.  

Voor veel mensen is biodiversiteit synoniem met de groene en natte ruimte in hun woon een leefomgeving. Voor ontspanning is groen en natuur (biodiversiteit) van enorm belang. Ze dragen bij aan gezondheid en welzijn, bevorderen sociale contacten en bieden ruimte om te spelen. Het jaar van de biodiversiteit kan dit belang ondersteunen. Het gaat niet alleen om de bijen, de bloemen en vogels, maar ook om de belevingswaarde daarvan. Dit vormt ook een breder draagvlak voor biodiversiteit. In veel stedelijke en kleinere gemeenten kunnen burgers ook zelf initiatieven nemen om het biodiversiteitsjaar tot een succes te maken. Dit kan onder meer door zelfbeheer. Groen opbouwwerk kan hier een centrale rol in vervullen.
        www.groenopbouwwerk.nl
 

Terug naar top pagina

 

 

 

Activiteiten vanaf 1 mei 2010
Zaterdag 8 mei -- In het Jaar van de Biodiversiteit heeft Boskoop zich ingezet voor de aanwinst van een heempad. Zaterdag 8 mei wordt met een officieel tintje het heempad geopend. Lees verder

zondag 6 juni -- www.imkersvereniginghelmond.nl -- Persbericht -- In stadswandelpark de Warande is het altijd al goed toeven, maar op zondag 6 juni a.s. is het extra leuk om hier naartoe te komen. Dan vindt in de Warande van 12.00 tot 17.00 uur de jaarlijkse Natuurmarkt Helmond plaats.

Zaterdag 25 september -- Officele opening Grasweggebied 25 september. Stichting Natuurlijk Grasweggebied (SNG) richt zich op het ontwikkelen van een ecologische verbindingszone tussen het bestaande natuurgebied het Graswegbos, het Kooisteebos en de Wetering aan de rand van Hellevoetsluis. www.grasweggebied.nl

zaterdag 22 mei -- Prinses Irene en Meidenband KUS vieren Wereldbiodiversiteitsdag.Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Irene zoekt in de Duinen van Oostvoorne in Zuid Holland samen met een groep kinderen naar de schatten van de biodiversiteit. Presentator Jurre Bosman van SchoolTV Weekjournaal leest een sprookje voor dat kinderboekenschrijver Marcel van Driel speciaal voor deze dag heeft geschreven. Ook Meike, Monique en Anouck van de meidenband KUS, actrice Victoria Koblenko en haar collega Joris Putman doen mee aan een speurtocht in de natuur. Waarom? Omdat de VN 22 mei hebben uitgeroepen tot Wereldbiodiversiteitsdag. Overal in Nederland worden activiteiten georganiseerd: van speurtochten op twintig natuurterreinen, een tiental boerderijen en botanische tuinen, tot een biodiversiteitsmarkt bij NCB Naturalis in Leiden. U kunt erbij zijn. Weten waar u midden in de natuur een bekende Nederlander tegen kunt komen? Kijk op http://2010.biodiversiteit.nl/22_mei_2010/.

Terug naar top pagina